Welkom op deze website over de bouw van mijn treintafel 'Klein Zwitserland'. Een project om allerlei technieken uit te proberen. Op een oppervlakte van 190x130cm een traject waarop drie treinstellen onafhankelijk van elkaar kunnen rijden. Dit resulteert in een H0 Märklin-baan die bestaat uit maarliefst 5 niveau’s met veel tunnels en bruggen.
Tijdens het bouwen heb ik alle wetenswaardigheden op deze website gezet. In de rechterkolom vind je links naar informatie en foto’s over de verschillende bouwfasen. Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.
Een modelspoorbouwer vind het natuurlijk leuk om zijn creatie aan het publiek te tonen. Vandaar deze website met potentieel een heel groot publiek! Een website is tevens een leuk middel om kennis, tips en trucs te delen met anderen. Heb je leuke suggesties of vragen, laat het mij dan weten.
De treinbesturing regel ik met behulp van de computer. De software schrijf ik zelf en ook het elektronische circuit is een eigen ontwerp. Natuurlijk zijn er veel mooiere en betere systemen te koop maar dit levert veel meer plezier en voldoening op.
Mijn vorige treintafel was een combinatie van allerlei favoriete vakantiestekjes waarbij ik al mijn bijzondere bouwpakketten en treinen probeerde te gebruiken. Nu moest het typisch Zwitsers zijn, dus verdwenen de Duitse locs van het toneel. De uitdaging was om het geheel op een Zwitsers berglandschap te laten lijken. Het doel van een realistisch landschap vond ik niet geslaagd. Ik heb wel veel plezier beleefd aan dit expiriment. In mei 2005 gestart en in 2008 afgebroken.
Voor eventuele schade als gevolg van het toepassen van ideeën en ontwerpen op deze site ben ik niet aansprakelijk. Kopiëren van plaatjes en tekst voor eigen gebruik is toegestaan als je het mij even laat weten.
Veel plezier met lezen en kijken op deze website.De ruimte voor de treintafel is beperkt dus “In der Beschränkung zeigt sich erst den Meister”. Het railplan moet passen op een oppervlak van 190x130cm. Er moeten 3 treinstellen continu kunnen rijden dus 3 ovalen zijn noodzakelijk. Rails bijkopen is geen optie want M-rails wordt niet meer gemaakt, bovendien laat het budget dat niet toe (teveel andere hobbies). Het motief was een Zwitsers berglandschap dus hoogteverschillen bepalen de aanblik van de treintafel. De maximale stijging mag niet meer dan 4% zijn. Dat is overigens al een extreme helling die in werkelijkheid niet voorkomt denk ik, dan wordt het al snel een tandradbaan.
Er zijn prachtige digitale systemen te koop om je trein met de computer te besturen. Maar vaak is het erg kostbaar en al je treinen, wissels en seinen moeten worden voorzien van een stukje extra elektronica. Daarom heb ik geprobeerd om zelfs iets hiervoor te bouwen. Veel goedkoper en veel leuker.
De treinbaan moet zowel analoog (met de hand) als digitaal (met de computer) kunnen worden bestuurd. Dan kinderen de kinderen de baan bedienen en kan ik plezier beleven aan de computerbesturing.
De treinbesturing bestaat uit een elektronisch circuit dat is aangesloten op de printerpoort van de computer. Märklin maakt gebruik van 16 Volt wisselspanning en dat is lastig omdat de meeste elektronische circuits uitgaan van gelijkspanning. Ik heb daarom gebruik gemaakt van een relais. Dat is een elektrische schakelaar die de stroomkring van 16 Volt wisselspanning kan schakelen. Ik heb zelf geen verstand van elektronica dus het moet wel simpel blijven! Door gebruik te maken van een relais blijven de stroomkring van de computer en de Märklin-trein gescheiden. Een veilig idee als er kortsluiting ontstaat.
De software voor de treinbesturing is geschreven in QBasic. De programmatuur is speciaal geschreven voor mijn treinbaan zodat ik “intelligentie” kon inbouwen. Het programma toont alleen de mogelijke acties (menukeuzes) die op dat moment uitvoerbaar zijn op de treinbaan. Acties die niet mogelijk zijn of kunnen leiden tot botsingen zijn niet beschikbaar voor de gebruiker. Door deze ingebouwde intelligentie kan de software de treinbaan volledig “at random” besturen zonder dat er ongelukken gebeuren. Tenminste… in theorie. In de praktijk kunnen wagons ontsporen en dit kan de software niet zien! Het blijft dus een spannende vertoning zo’n automatisch gestuurde treinbaan.
De treinbesturing bestaat uit hardware en software maar vooral ook uit allerlei aansluitingen en schakelingen om uiteindelijk de Märklinbaan te bedienen, een “interface”. De kunst hierbij is om de beperkte middelen zo goed mogelijk te gebruiken en ervoor te zorgen dat programmeerfouten in de software geen kortsluiting kunnen veroorzaken.
De baan kan zowel analoog (met de hand) als digitaal (met de computer) worden bestuurd. De handbediening voor wissels en seinen werkt altijd. Handig voor de kinderen die de trein gewoon zelf willen bedienen.
De hoofdschakelaar bepaalt of de baanspanning handmatig of met de computer wordt geregeld. Of alles uit om een noodstop te maken. De schakeling is zo opgezet dat er nooit verschillende soorten spanningen op de baan kunnen staan. De besturingssoftware kan dan ook nooit kortsluiting veroorzaken.
Na het leggen van het complete railtraject ga ik de tunnels aanbrengen. Nu kun je daar namelijk nog goed bij. Een tunnelpoort moet zo klein mogelijk zijn zodat je niet enorm naar binnen kunt kijken in de tunnelingang. Een klein stukje van de tunnel wordt “aangekleed” de rest van het traject laat ik zoveel mogelijk open. Als er een trein ontspoort moet je er namelijk wel bij kunnen en dat gaat niet als je alles hebt dichtgebouwd. Voor de tunnelwand gebruik ik gewoon papier met een donkere kleur als basis, bij de afwerking zien we wel verder. Bij het aanbrengen van de tunnels test ik met mijn langste wagon of alle bochten genomen kunnen worden zonder iets te raken.
In de echte wereld zijn tunnels en bruggen zeer kostbaar. Er moet dus een goede reden zijn om een tunnel of brug te bouwen. Dat moet ook blijken op de modelbaan. Alleen een tunnel in een berg als je er letterlijk en figuurlijk niet omheen kan. Ook bruggen alleen toepassen als ze een echte functie hebben om iets te overbruggen. Het blijft op de treintafel natuurlijk een compromis van het leuke railtraject, de beperkte ruimte, en de wens om die mooie Romeinse brug of die mooie stalen boogbrug te gebruiken.
Met behulp van kippengaas en stukjes hardboard wordt het landschap vormgegeven. Gewoon materiaal wat ik toevallig voor handen heb. Een treintafel echt op schaal maken vind ik niet nodig. Ik vind het belangrijker dat het goed lijkt en dat is niet altijd het geval als je het precies op schaal maakt. Het gaat om een impressie van de werkelijkheid. Bovendien is mijn zolder veel te klein voor de San Gottardo in schaal H0.
Met een flinke bergwandeling kun je in een uur driehonderd meter stijgen. Stel dat een berg in werkelijkheid 300 meter hoog is, dan wordt dat op schaal H0 (1:87cm) een berg van drie en een halve meter hoog op je treintafel. Dat is helaas niet te realiseren op mijn huidige tafel van 190x130cm. Ik heb hiermee al wel een idee voor mijn volgende treintafel, alleen mijn vrouw nog overtuigen…
Het oorspronkelijke ontwerp met spanten wordt hier en daar geweld aan gedaan om het landschap goed vorm te geven. De steun die het spant moest bieden wordt dan door een andere constructie opgevangen.
Met lijm en schroeven hangt de boel aan elkaar vast. Maar de ondergrond is nog niet geschikt voor de afwerking. Het grove gaas moet worden bekleed met papier maché (kranten en behangerslijm). Ik vind dit een handige methode omdat je met het krantenpapier een heleboel fouten in het bouwen kunt corrigeren en het geheel wat steviger kunt maken. In de meeste modelbouw-tijdschriften gebruiken ze heel fijn gaas waar je direct met een gipslaag overheen kunt.
Ik kies er voor om eerst de hele tafel compleet te maken in een “papieren landschap”. Het zaagwerk en de papier maché geeft nogal wat rotzooi. Omdat de tafel niet zo groot is, lukt het wel om dit in zijn geheel af te maken.
De volgende fase wordt het aanbrengen van het gips. Een werkje waarbij je echt even oude kleren aan moet trekken. Voor het grove werk gebruik ik Rotband stucpleister. Het poeder mengen met water in een emmer en je kunt direct aan de gang. Het mengen heb ik in de badkamer gedaan vanwege het spatten.
Nu valt op dat er toch wel erg veel tunnelpoorten nodig zijn. Maarliefst 21 stuks. Het wordt nog een uitdaging om daar een natuurgetrouw geheel van te maken. Het plan is om de tunnelpoorten waar dat mogelijk is te verbergen met bomen en begroeiing.
Voor het fijnere werk is de stucpleister niet geschikt.
De korrel is daarvoor te grof. Om muurtjes te maken kun je plamuur van Albastine gebruiken. Dit droogt heel glad op maar wordt erg hard. Een andere mogelijkheid is gips. Als het droog is dan kun je daar prima in “krassen”. Gips wordt snel hard en is na 5 minuten al niet meer te gebruiken. Niet teveel tegelijk aanmaken dus.
Als de plamuur een beetje droog is kun je er met een scherpe schroevendraaier of spijker lijntjes in trekken.Zo ontstaat een mooie muur van graniet-keien. Straks in de juiste grijstint schilderen en we hebben een typisch Zwitsers muurtje. Een Hollandse muur van rechte bakstenen zal ook wel lukken als je de lijntjes mooi strak trekt.
Het lijkt een heel tijdrovende klus maar dat valt erg mee. Met 10 minuten maak je zo een muurtje van een centimeter of dertig. Als de muur droog is kun je de uitsteeksels er gemakkelijk met de hand afvegen of ga er even heel lichtjes met een schuurpapiertje er langs.
Een steunmuur met een mooie boog er in maak met een stukje triplex. Eerst het model uitzagen in triplex en dit vastlijmen op de tafel. Vervolgens het geheel in de gips zetten. Als de gips droog is de stenen erin krassen. Gebruik eventueel een lineaal als de bakstenen ook recht moeten zitten.
Het resultaat is een zeer oude muur geworden omdat ik nogal moeite had om gips en water in je juiste verhouding te krijgen om te verwerken en het gips razendsnel droogde. Het zal vast aan het warme weer gelegen hebben. ![]()
![]()
Het landschap met de bergen staat. Maar het lijkt nog nergens op zo. Het ruwe stucwerk moet beschilderd worden.
De grote kunst is het vinden van de juiste kleur. Er zijn natuurlijk kant en klare producten te koop met kleuren voor steen en graniet. In die zin heb ik positieve ervaringen met de Heki-produkten, maar ze zijn ook erg kostbaar. Ik heb nu mijn toevlucht genomen tot een hele goedkope oplossing, plakaatverf van de Hema. Voor maar 2,50 haal je een heel rij kleuren in huis.
Het aardige is dat je nu een heel eigen sfeer op je modelbaan maakt door de kleuren naar eigen smaak en inzicht te mengen. Gewoon grijs volstaat namelijk niet. Hoewel de kleur misschien correct is maakt het toch een sfeerloze, kille indruk. Meng eens wat rood of geel erdoor en je heb een veel warmere tint!
Om een rotsformatie te schilderen kun je twee manieren volgen. De eerste is de rots helemaal donker schilderen en vervolgens met een lichte grijs er lichtjes overheen schilderen. In de groeven blijft de donkere kleur zitten wat een mooiere dieptewerking geeft. De lichte kleur dun aanbrengen met afgestreken kwast. Je ziet snel de vegen van de kwast, dus weinig verf gebruiken en ronddraaiende bewegingen maken voor het meest natuurlijke effect.
De tweede manier is het omgekeerde. Breng eerst de lichte kleur aan en daaroverheen de donkere kleur. De donkere kleur flink verdunnen en na het opbrengen met een doek of spons meteen verwijderen. In de gleuven en spleetjes blijft de donkere kleur achter.
Plakaatverf droogt mat op. Op zich prima. In werkelijkheid zijn rotsen nooit kurkdroog. Ze mogen hier en daar wel iets glimmen alsof ze nat zijn. Dit los ik op door een beetje zijdeglans-verf (op waterbasis) er door te mengen. Bij mijn vorige treintafel ‘De Loreley’ is dat effect goed te zien.
Het railtraject met veel stijgen en dalen kan voor problemen gaan zorgen. Locomotieven en wagons kunnen makkelijk ontsporen als de rails niet helemaal goed ligt. Bovendien kan bij het aanleggen van de tunnels ook weleens wat verschuiven waardoor de lange wagons tegen de zijwand van de tunnel botsen en dat is niet de bedoeling natuurlijk. Hier en daar is wat schaafwerk nodig om het teveel aan stucpleister weer te verwijderen. Ik neem uitgebreid de tijd voor de proefritten om er zeker van te zijn dat de rails goed ligt voordat ik alles aansluit. En als je dan weer een aantal maanden verder bent blijken er toch geregeld wagons te ontsporen. Toch weer te weinig tijd genomen voor de proefritten?
De rails maak ik op de tafel vast zodat deze niet meer kan verschuiven. Ik gebruik behangerstape om de rails vast te plakken op plaatsen waar de rails uit het zicht ligt en je ook geen ruimte hebt om te schroeven. Op de zichtbare gedeelte maak ik de rails slechts hier en daar met een schroefje vast, verder gebruik ik ook hier gewoon tape als dat goed weggewerkt kan worden. Tape is makkelijker aan te brengen en te verwijderen als schroeven of spijkers.
Omdat de rails al diverse maken is gebruikt is het nodig om alle stukken eerst te reinigen en te controleren op schade. Met een droge harde borstel wordt de rails stofvrij gemaakt. Vervolgens wrijf ik het spul schoon met een doek met contactspray. De rails met verfklodders wordt apart gelegd om straks te gebruiken in de tunnels waar je ze toch niet ziet.
De wissels en seinen nog even testen en waar nodig het veertje vernieuwd. De lampjes doen het na al jaren nog steeds!
Sommige contactrails is wat gehavend. Het bijbuigen van de contactmelders kost wel wat tijd maar uiteindelijk werken ze allemaal weer.
Het aansluiten van seinen en wissels is vrij eenvoudig. In mijn geval loopt er van het bedieningspaneel nog een extra draad naar de computer. Door deze dubbele aansluiting kan ik de wissels en seinen zowel met de hand als met de computer bedienen.
De plaats van de seinvakken en contactrails komt vrij nauwkeurig. De afstanden moeten overal hetzelfde zijn zodat ik daar met programmeren van de software geen rekening mee hoef te houden. Bij een ovaal met twee seinvakken zijn extra aansluitdraden nodig anders krijgt de hele baan geen stroom als het sein op rood gaat.
De kleurcodes voor de bedrading die Märklin voorschrijft volg ik niet. Uiteindelijk weet je toch niet meer welke draad naar welke wissel gaat en dat is verder ook niet belangrijk vind ik. Het gaat er om dat je de boel goed aansluit zodat er geen kortsluiting kan ontstaan. De soldeerverbindingen dus netjes voorzien van tape om ze isoleren. Tape van het merk Tesa blijkt hiervoor goed te werken want dat kleeft zeer goed zodat de isolatietape niet gauw losraakt. De draden volgen de kortste weg van A naar B. Geen fraaie kabelgoten of iets dergelijks want mijn ervaring is dat je dan enorm veel meters extra kabel nodig hebt. Ook handig is het gebruik van telefoondraad als je met veel kabels een afstand moet overbruggen. Van mijn treintafel loopt er een bundel telefoonkabels naar de PC die ik in een losse kast heb ingebouwd.
Voor de soldeerverbindingen gebruik een eenvoudige soldeerbout (Weller, 25 Watt). Door de hete punt zo nu en dan af te vegen aan een natte lap blijft deze mooi. Maar ik heb toch al diverse punten versleten in de loop der jaren.
Het traject is verdeeld in drie baanvakken. Er moeten dus minimaal drie aansluitdraden voor de rijspanning worden aangebracht. Per baanvak maak ik echter meerdere aansluitpunten omdat de stroomgeleiding door de slechte verbindingen niet altijd optimaal is met de oude rails.
Bij het werken met verschillende baanvakken is het wel even opletten als de trein wisselt van baanvak. Op de scheiding van de baanvakken raakt het sleepcontact namelijk beide stroomkringen. Als op de baanvakken een verschillend voltage staat krijg je dan kortsluiting. Dus als de trein van baanvak wisselt moet de spanning op beide baanvakken gelijk zijn. Dit moet worden geregeld met de softwarebesturing.
Voor de wissels en seinen gebruik ik een Märklin-trafo. Deze trafo gebruik is ook voor de baanspanning bij de handbediening. Deze trafo heeft een goede beveiliging tegen kortsluiting. Voor de computergestuurde spanning gebruik ik een aparte Märklin-trafo die door de lichtdimmer wordt bediend en een trafo van 12 Volt voor de constante baanspanning.
Bij het gebruik van meerdere trafo’s moet je opletten dat de massapool hetzelfde is bij alle voedingen. Dit kun je controleren door een lampje aan te sluiten op de massa-pennen van beide trafo’s. Als de lamp gaat branden is het fout, er is een spanningsverschil. Draai van één van de trafo’s de stekker om in het stopcontact. De lamp blijft nu uit, beide trafo’s hebben nu dezelfde massapool.
De terugmelding naar de computer waar de trein rijdt gaat via de contactrails. Het sleepcontact van de locomotief maakt het contact op de rail. Bij het gebruik van wagons met verlichting (en een sleepcontact) krijg je valse meldingen. De stroomvoorziening voor de wagons moet dus van de bovenleiding komen of van een batterijtje in het voertuig.
De computer, het beeldscherm en de trafo’s heb in een klein kastje ingebouwd. Het kastje staat op wielen en kan onder de treintafel worden opgeborgen. Van het kastje naar de tafel loopt een dikke kabelboom voor de bedrading van wissels, seinen, het spoor etc. De trafo’s zijn ingebouwd in een oude PC-kast voor de veiligheid. De kast rechts met de grote rond knop en de LED-verlichting bevat mijn zelfgebouwde Interface.
Voor de verlichting in de huizen en de straatlantaarns gebruik ik ook weer een aparte trafo. Deze is afkomstig uit een oude wasmachine en heeft genoeg vermogen.
Onder de tafel heb ik ook een lamp aangebracht want daar is het nu knap donker omdat er geen ligt meer van bovenaf komt. En om te solderen moet je toch kunnen zien wat je doet.
Omdat er zoveel lagen rails boven elkaar lopen wordt het vrij ingewikkeld om de opbouw stevig te maken. Er is geen ruimte om overal onder de opritten pilaren te maken om de rails op hoogte te brengen. Het vertrouwde concept van bouwen op basis van een vlakke tafelplaat gaat niet lukken. De oplossing ligt in het bouwen met spanten.
De tafel heeft drie dwarsliggers waar triplexplaten rechtop tegenaan worden geschroefd. Over en door deze spanten komt de rails te lopen. Op de plaatsen waar rails precies boven elkaar ligt maak je meerdere gaten in de triplexplaat.
Het werken met spanten vereist een tekening. Op de ontwerptekening staan alle hoogtes van de pijlers. Je kunt op basis van de ontwerptekening ook een dwarsdoorsnede tekenen van je railplan. Geef alle niveaus aan waar de rails door het spant gaat, of er overheen loopt.
De ontwerptekening (gemaakt met Wintrack) heb ik als plaatje afgedrukt op schaal 1:10 op een A4tje. Zo heb ik een mooie bouwtekening voor de maatvoering bij het bouwen. Voor de rails heb ik als ondergrond dunne triplexplaten gebruikt. Die buigen wel door bij grote lengten maar zijn veel goedkoper dan de dikkere platen. Met het vormgeven van het landschap kan ik het doorbuigen van de triplexplaten wel weer voorkomen met een versteviging.
De ontwerptekening breng ik over op een vrij dikke triplexplaat. Vervolgens de spanten met de decoupeerzaag uitzagen.
De baanvakken, seinen, wissels en contactrails zijn genummerd en corresponderen met de te bedienen of uit te lezen relais. Dit vergemakkelijkt het programmeerwerk aanzienlijk. Klik hier voor de codering.
De Jong zijn log logt over zin en onzin, hobbies en andere zaken waar niemand op zit te wachten.
Foto's zijn opklikbaar. En verder bekijkt u het maar ;)
Weblog
Musicals
Treintafel Gotthard i.o.
Treintafel Loreley
Treintafel Zwitserland
Linkedin
Fotoalbum
YouTube
Klik op het oog en voeg je naam toe.
Waar is het licht
Regenradar Europa:
in Nederland
Elke 15min. foto vanuit een Zwitserse locomotief.
Gotthard Airolo CH-Süd
Göschenen CH-Nord
01 Jun - 30 Jun 2010
01 Mei - 31 Mei 2010
Translation
Übersetzung
La traduction
Voeg toe aan favo's
Voeg toe aan feeds
Updates per mail
Maak startpagina