Rails

Wintrack

Voor het bedenken en tekenen van de railbaan gebruikte ik vroeger gewoon pen en papier. Maar met het idee van meerdere niveaus boven elkaar is dat bijna niet meer te tekenen. Bovendien zullen er veel bochten en lussen in de baan komen en moet je kunnen bekijken of de goniometrie ook echt klopt. Voor het ontwerp heb ik daarom gebruik gemaakt van het computerprogramma Wintrack.

 

Geluidsisolatie
Kurkrol

Kurkrol

Rails op een houten plaat zorgt ervoor dat er nogal wat lawaai ontstaat door de rijdende treinen. Liever hoor je het metaal van de wielen langs de spoorstaven. Door de rails op een kurklaag te monteren krijg je een goede geluidsisolatie. (www.kurkrol.nl) De kurk slechts op enkele punten vastlijmen zodat er in geen geval een vaste verbinding ontstaat van de rails met de ondergrond want dat doet de isolerende werking teniet. Om de C-rails toch vast te leggen kun je dubbelzijdig plakband gebruiken op enkele punten. Dan ligt het toch zeer stevig op zijn plaats.

 

 

Balast
Aquarium steentjes

Aquarium steentjes

De ballast (de steentjes tussen de rails) aanbrengen is altijd een lastige zaak. Met C-rails of M-rail is de rails in feite al voorzien van ballast maar het is toch wel mooi om de rails verder “in te graven” en bijvoorbeeld tussen rangeersporen steentjes aan te brengen. Het materiaal voor ballast in de hobbyzaak is vaak prijzig. Een goedkoop alternatief is aquariumgrind. Kleine scherpe steentjes van 1 á 2 mm zijn precies goed. En als je vervolgens alles verft maakt de kleur niet zoveel uit eigenlijk. Ik meng in een emmer de steentjes met sterk verdunde houtlijm. De natte steentjes breng je op de gewenste plaatsen aan. Mooi afstrijken om er een vlak geheel van te maken en de lijm een dagje laten drogen. En dan komt het schilderwerk. Alles van grijs tot bruin is goed. Het is aar net welke sfeer te wilt creeren.

 

Verkanting
Verkanting

Verkanting

In de bochten ligt de rails meestal wat schuin zodat de trein makkelijk de bocht kan nemen omdat de middelpuntvliedende kracht wat wordt verminderd. De reiziger wordt niet van de bank af geslingerd omdat de schuinte de krachten wat opvangt. In theorie zou dit bij de modelbaan ook zo moeten zijn maar dat is niet waarneembaar. Maar in model is het wel aardig om ook verkanting aan te brengen. De bochten zijn naar verhouding toch al veel te scherp en verkanting maakt het dan toch natuurgetrouwer. Het is simpel te regelen door aan de buitenkant van de bocht de rails wat op te hogen met bijvoorbeeld een reepje kurk.

 

Stijgingscurve

Märklin geeft de volgende waarden aan voor de stijging in millimeters per raillengte van 180mm. Hierbij valt op dat er een knik zit in de curve en het geen vloeiende lijn is. In het ontwerp ben ik uitgegaan van een maximale knik van 2mm waardoor de stijgingscurve vloeiender wordt. De knik moet bij voorkeur zo klein mogelijk zijn. Dat staat mooier en voorkomt dat wagons onbedoeld loskoppelen tijdens het rijden. Op mijn treinbaan is de stijging vaak zo’n 6 tot 8mm per raillengte. Dat is een stijgingspecentage tussen de 3,3% en de 4,4%.

 

curveknik
Märklin stijgingscurve
Stijgingscurve
curveideaal
Ideaalcurve

Hoogte

Stijging

     Knik

Hoogte

Stijging

     Knik

0

2.5

2.5

0

2

2

2.5

3.0

0.5

2

4

2

5.5

6.0

3.0

6

6

2

11.5

6.0

0

12

6

0

17.5

6.0

0

18

6

0

23.5

6.0

0

24

6

0

29.5

3.0

-3.0

30

4

-2

32.5

2.5

-0.5

34

2

-2

35.0

0

-2.5

36

0

-2

35.0

0

0

36

0

0

 

Waterpas

Waterpas

Bij het bouwen is het vaak makkelijker om delen van het spoor gewoon in zijn geheel te zagen en op elke meter het loopvlak te bevestigen op de gewenste hoogte. Dan is makkelijk een norm aan te houden van maximaal 3 centimeter stijging per meter. Met de pijlers die er later worden tussengeplaatst voor de stevigheid kan dan een vloeiende lijn worden gemaakt van een vlak naar een stijgend parcour. Een handig hulpmiddel is het waterpas. Meet een stijging van 3% en plak de luchtbel af met tape. De luchtbel mag dan maximaal tegen de tape zitten als wordt de helling te steil. En even opletten met de binnenbocht en buitenbocht. De scherpere bocht is al snel steiler.

 

Doorrijhoogte

Vrijwel nergens vind je richtlijnen voor de hoogte van tunnels en bruggen. Vaak ben je hier “op het oog” aangewezen. De minimale hoogte voor een tunnelingang is 7cm als je geen bovenleiding gebruikt. Met bovenleiding zijn tunnelingangen meestal 9cm hoog, maar de masten zijn in het algemeen 10 cm hoog. In de tunnels leg ik geen bovenleiding aan, dit betekent dat de pantograaf dan volledig uit staat. Dan moet de tunnel binnenin voldoende hoogte hebben en moet er een consturctie worden gemaakt om de pantograaf weer op te vangen als er weer een baanvak met bovenleiding komt. De hoogte van de bruggen bepaal ik wel tijdens het bouwen. In het algemeen geldt volgens mij: hoe hoger hoe mooier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *