
Een Märklin spoorbaan met C-rails. Het ontwerp begint met het tekenen van het railplan in Wintrack. Met dit tekenprogramma kun je exact op maat het hele sporenplan tekenen. Bij het ontwerp probeer ik zoveel mogelijk rekening te houden met de scenerythema’s die ik wil maken.
Opstelsporen zijn anderhalf tot twee meter en dat is dus ook de maximale treinlengte. Geen schaduwstation want zoveel materieel heb ik niet en ik wil het wel kunnen zien. Er zijn wel wat verdekte zijsporen om treinen tijdelijk neer te zetten zodat het zichtbare deel een heel gevarieerd treinbedrijf lijkt.
Ik gebruik de R1 en R2 radius om ruimte te besparen en dat gaat met het meeste materieel goed. De bochten leg ik wel uit het zicht en in tunnels want een lange personenwagon die zo ver overhangt en naast de rails hangt, staat heel gek.
Klimspiraal
Ook belangrijk om rekening te houden met de stijgingspercentages. Bij klimspiralen in de buitenbocht R2 omhoog met 3,3%, dalen in de binnenbocht R1 met 4,0%. Dit gaat goed met treinlengtes van 2 meter. Bij R1 zijn de bochten soms te scherp waardoor niet al het materieel er goed doorheen gaat; bij de langere wagons zonder draaistellen met een kortkoppeling verwijder ik de buffers, dan ontsporen ze niet. De buffers komen anders tegen elkaar in de bocht en drukken de wagons uit de rails.
De minimale doorrijhoogte is 8 cm. Dat is de hoogte onder de rijdraad gerekend vanaf de ondergrond. Dus de rails en de loc met uitgezette pantograaf tegen de rijdraad. De pantograaf zet ik vast met een draadje zodat deze niet verder uiklapt en dus altijd een hoogte van 8 cm heeft (of eigenlijk 7,8 cm voor de veiligheid). In de klimspiraal dus rekening houden met de doorrijhoogte van 8 cm en de plaatdikte van 8 mm en de geluidsisolatie met kurk van 2mm.
Een vangrail van hardboard hardboard 2 mm dik en 3 cm hoog voorkomt dat ontspoorde treinen naar beneden kunnen vallen.
| Klimspiraal | r | omtrek | hoogte cm | % |
| binnen -2 cm | 32,0 | 201,0 | 9,0 | 4,5 |
| R1 (hart) | 36,0 | 226,1 | 9,0 | 4,0 |
| R2 (hart) | 43,5 | 273,2 | 9,0 | 3,3 |
| buiten +2 cm | 47,5 | 298,3 | 9,0 | 3,2 |
De klimspiraal maak ik van MDF. Ik zaag halve cirkels uit een plaat, 2 cm ruimter dan het spoor: binnenmaat 2*32= 64 xm, buitenmaat 47,5*2=95 cm. Bij het bouwen op 4 punten verticale latten van vurenhout. Daartussen stapel ik de halve cirkels met steeds een stukje hout ertussen van 8 cm. Alleen de onderste cirkel moet je dan goed afstellen. Vrij simpel met stukjes hout van 2,25, 4,50, 6,75 en 9,00 cm op de latten. Bij de vierde lat eindigt de eerste omwenteling en begint te tweede. Daarna is het gewoon stapelen van de cirkels met een afstandhouder van 8 cm ertussen. Je moet dus rekening houden met de dikte van de plaat en isolatielaag. De aanloop van de helling zit buiten de klimspiraal, zie de uitleg bij Stijgen en dalen.

Stijgen en dalen
Bij het stijgen en dalen moet rekening worden gehouden met het knikken van de rails. Dus geleidelijk naar een een stijging van 3,3% en ook weer geleidelijk weer naar 0% vlak traject.

Een railstuk 24188 is 18,8 cm lang. Bij een stijging van 3,3% is dat 0,62 cm stijgen per railstuk. Om nu geleidelijk naar de maximale stijging te gaan komt dat neer op een toename in de stijging van 1,2 mm per railstuk zodat de knik beperkt blijft.

In de praktijk zaag ik het traject uit een MDF-plaat en zet ik onder de plaat pijlers met de juiste hoogte. Dan zijn er ook minder pijlers nodig omdat de MDF-plaat sterk genoeg is.
Frame
Het frame voor de tafel maak ik van vurenhout. Het loopvlak voor de rails voornamelijk van MDF. Ik kies voor de goedkope houtsoorten want ik bouw niet voor de eeuwigheid.
0 reacties